
Waarom we zijn gestopt met het maken van ‘verbruikbare’ badkamerverwarmers
De meeste infraroodverwarmers zijn opgebouwd als een zwarte doos. Alles is goed afgesloten. Dat klinkt geweldig – totdat de verwarmingselementen na een paar jaar kapotgaan. Dan zit je vast. Je kunt niet alleen één klein onderdeel vervangen; je moet het hele apparaat weggooien en opnieuw beginnen.
We vonden dat behoorlijk belachelijk. Daarom hebben we onze manier van bouwen veranderd.
Het vervangen van onderdelen, niet van het hele systeem
We kozen voor een modulair systeem. Hierdoor kun je de verwarmingselementen gemakkelijk vervangen, zonder het hele apparaat uit elkaar te halen. Als een element na vijf jaar kapotgaat, hoef je geen grote reparaties uit te voeren. Je hoeft alleen het oude apparaat eruit te halen en er een nieuw apparaat in te zetten. Het is zo simpel.
Om dit in de praktijk te realiseren, gebruikten we standaardconnectoren. Geen laswerk nodig. Geen rommelige herwaarderingen van de bedrading. Geen specialist nodig die drie uur in je badkamer doorbrengt. Het wordt dus een klus van vijf minuten.
Het lastige gedeelte: de hitte
Het probleem is dat hoogdichtheid infraroodbuizen ontzettend heet worden. Het is fijn om een modulairsysteem te hebben voor reparaties, maar dat betekent ook dat we goed moeten opletten dat de hitte zich niet verspreidt naar het plastic of metaal van het apparaat.
Een snelle tip: houd de ventilatieopeningen vrij. Als deze geblokkeerd raken, kunnen de modulaire connectoren oververhit raken. Dat kan leiden tot schade aan de bedrading. Geef het apparaat ruimte om te ademen.
Denken aan de lange termijn
We ontwerpen alles rondom wat we de ‘vijfjarige periode’ noemen. In werkelijkheid gaan de infraroodfilamenten uiteindelijk kapot. Dat is gewoon wetenschap. In plaats van te doen alsof de verwarmer eeuwig meegaat, behandelen we het als een verbruiksartikel – net zoals een lamp.
Dit maakt het op de lange termijn veel goedkoper. Je hoeft niet elke paar jaar weer een nieuw apparaat te kopen, maar alleen de onderdelen die echt kapotgaan. Er wordt minder afval geproduceerd, en je weet altijd precies wat de kosten voor onderhoud zullen zijn.